In de artikelen die deel uitmaken van mijn assessmentportfolio, komen de kernkwaliteiten in samenhang aan bod. Ik toon ermee aan dat ik een ‘complete’ journalist ben. In deze blog ga ik nader in op hoe die kernkwaliteiten – de competenties waaraan ik moet voldoen om een diploma in ontvangst te mogen nemen – tot uiting komen.

Ik bespreek de kernkwaliteiten in algemene zin, waarbij ik per kwaliteit een aantal concrete voorbeelden noem. Met deze blog geef ik inzicht in mijn functioneren als journalist. Daarmee geef ik alvast de aanzet voor het gesprek dat we tijdens mijn eindassessment zullen gaan voeren. Om het enigszins overzichtelijk te houden zet ik eerst de kernkwaliteiten op een rijtje: 

Allereerst ‘diversiteit in genres, producten en doelgroepen’:

Mijn portfolio beslaat verschillende journalistieke genres, die in de meeste gevallen in een mengvorm aan bod komen. Wel is er bijna altijd sprake van een interview. De ene keer meng ik dat met een ‘standaard’ artikel, dan met een achtergrondverhaal en weer elders in een portret. Ik vind het prettig om met ‘actief aanwezige’ bronnen te werken. Wat ik daarmee bedoel is: als ik iemand spreek en diegene kan iets prima verwoorden, dan verwerk ik dat graag in mijn productie. Ik vind dat een artikel daardoor kleur krijgt. Een goed voorbeeld is de publicatie over de toelatingsprocedure van het Koninklijk Conservatorium. Een ingewikkeld, maar nogal droog onderwerp. Door veel te werken met uitspraken van Van Els is dat artikel echt ‘tot leven’ gekomen. Het zou inboeten aan diepgang en nogal onleesbaar worden, als ik haar uitspraken er niet in had verwerkt.

Qua diversiteit in mijn producten kan ik kort zijn: alle artikelen in mijn assessmentportfolio zijn geschreven voor een magazine of vakblad. Om duidelijk aan te geven hoe ik werk voor andere media, heb ik bij ‘De opkomst van de teacherpreneur’ de blogserie, die ik op eigen initiatief voor de website produceerde, bijgevoegd. Zo is duidelijk het verschil te zien tussen de productie voor Van 12 tot 18, en de aanvullende blogs die dieper ingaan op de werkzaamheden van afzonderlijke teacherpreneurs. Ik ben er een voorstander van om artikelen zo aan te pakken, omdat je dan een brug slaat tussen verschillende media. Zo kun je per medium steeds een ander element uit een verhaal de boventoon laten voeren. Het geeft meer mogelijkheden om een totaalbeeld te creëren.

De artikelen in mijn portfolio zijn voor verschillende doelgroepen geschreven. De publicaties voor Van 12 tot 18 zijn geschreven voor docenten en schoolleiders in het voortgezet onderwijs. Het artikel over de kledingbank voor, om het maar even zo te zeggen, de upper class uit Eindhoven en omstreken. En het artikel over de toelatingsprocedure van het Koninklijk Conservatorium is geschreven voor Toets!, een magazine voor een ieder die zich in het onderwijs bezighoudt met toetsing en assessment. De onderdelen die onder de noemer ‘Extra bewijs’ vallen, zijn niet gepubliceerd. Het portret over Lucas de Waard zou daarentegen goed passen bij VK Magazine. Het verhaal over de Tilburgse textielarbeider is geknipt voor een weekend- of themabijlage van het Brabants Dagblad, regio Tilburg.

‘Zelfstandigheid’ en ‘creativiteit en originaliteit’:

In een eerdere blog komt al aan bod dat ik sinds 2014 werkzaam ben als zelfstandig journalist. Alle producties in mijn portfolio heb ik in die hoedanigheid gemaakt. In de meeste gevallen ben ik gebeld door de opdrachtgever met een korte briefing over het onderwerp en een deadline waarbinnen ik de productie aan moet leveren, waarna ik zelfstandig verder werk. De uitwerking van de artikelen – dus het benaderen van interviewees, het verzamelen en selecteren van informatie, de manier waarop ik een onderwerp benader én de insteek die ik daarvoor kies – is mijn verantwoordelijkheid. Het contact met de opdrachtgever komt dan ook pas weer op gang wanneer ik de definitieve versie van mijn artikel aanlever.

De creativiteit en originaliteit verschilt per artikel. Het ene onderwerp leent zich nou eenmaal beter voor een verrassende insteek dan het andere. Zo is het artikel ‘De schoolleider als makelaar in kennis’ redelijk braaf, omdat het onderwerp – de rol van de schoolleider – dat ook is. Daarentegen zijn de producties ‘De opkomst van de teacherpreneur’, ‘Staat hier iemand die zindert van de liefde voor muziek?’ en ‘Van top tot teen in het zo goed als nieuw’ juist weer erg onderscheidend. De eerste twee omdat er nog niet eerder over is geschreven, de laatste omdat het onderwerp ‘de kledingbank’ heel beschrijvend, met oog voor detail aan bod komt. Ik wist al meteen dat research en een interview niet voldoende zouden zijn. Dat ik, om het verhaal leven in te blazen, een dag mee zou moeten draaien. En dat is, naar mijn mening, goed gelukt.

Ook komt deze competentie heel duidelijk naar voren in het ‘extra bewijs’: het portret over Lucas de Waard en het achtergrondverhaal – of beter gezegd de ‘beschreven zoektocht’ – over de Tilburgse Petrus Franciscus Gabriels. Het portret is een ‘persoonlijke’ aanvulling op mijn portfolio, omdat mijn ‘eigen’ schrijfstijl er duidelijk in naar voren komt. Het verhaal over de Tilburgse arbeider vind ik uniek in zijn soort. Vooraf was alleen duidelijk dat het ‘iets’ zou worden over een Tilburgse textielfamilie uit 1900. Deze productie is, door buiten de gebaande paden te treden, zoveel meer geworden. Het staat niet alleen symbool voor de textielindustrie in Tilburg. Ook geeft het verhaal een inkijkje in de manier waarop in die tijd met alcoholisten werd omgegaan en kwam totaal onverwacht, en ook nog eens via Canada, de Eerste Wereldoorlog aan bod.

‘Diepgang en complexiteit’:

Ik ben van mening dat al mijn artikelen, in meer of mindere mate, verbreding en verdieping bevatten. Dat is ook een beetje inherent aan de onderwijsjournalistiek, dat in mijn geval primair gaat om het informeren van diegenen die zelf werkzaam zijn in het onderwijs. Om dat te kunnen doen moet je wel de diepte in gaan. Anders heb je simpelweg niets bij te dragen. Motivatie Binnenstebuiten is een voorbeeld van een artikel waarin ‘breedtecomplexiteit’ aan bod komt. In dat verhaal benader ik het extrinsiek motiveren van leerlingen vanuit verschillende perspectieven. Vanuit de houding van de docent, vanuit de leerling en wat hij van zijn docent verwacht en vanuit aannames die heersen in het onderwijs. Datzelfde doe ik in het verhaal ‘De opkomst van de teacherpreneur’. Daarvoor ben ik eerst in gesprek gegaan met een zestal Nederlandse teacherpreneurs uit het voortgezet onderwijs, om inzicht te krijgen in hun werkzaamheden en de moeilijkheden waar ze voor komen te staan. Dee verscheidenheid aan praktijken waar deze teacherpreneurs zich mee bezighouden, komt nog eens extra aan bod in de blogs.

Dieptecomplexiteit komt duidelijk naar voren in het artikel over de toelatingsprocedure van het Koninklijk Conservatorium. Het doel van dat verhaal was uiteenzetten hoe het beoordelen van potentie en talent in die context plaatsvindt. De vraag ‘Waarom?’ staat gedurende het artikel centraal. Door constant door te vragen naar de motivatie achter het waarom van die procedure, heb ik diepgang in het artikel weten te creëren. Dat heeft me overigens wel de nodige moeite gekost, omdat sommige dingen voor muzikanten zo ontzettend vanzelfsprekend zijn. Het was een uitdaging om die elementen helder, voor niet-musici op papier te krijgen.

‘Samenhang’ en ‘reflecterend vermogen’:

Samenhang vind ik een lastige competentie om te bespreken, omdat het zo vanzelfsprekend is dat alle competenties met elkaar samenhangen. Het is logisch dat je na een complex interview bij jezelf te rade gaat voor welke invalshoek je definitief moet gaan, en wat je in – in verband met het aantal woorden of juist om er een begrijpelijk geheel van te maken – beter kunt laten schieten. Of natuurlijk welke bronnen je nog meer moet raadplegen om een duidelijk totaalbeeld te creëren. Je kunt niet van te voren bepalen wat je precies gaat doen. Een open vizier, bij voorbaat én tijdens de uitwerking, is essentieel om tot verrassende invalshoeken of vervolgvragen te komen.

Voor wat betreft mijn reflecterend vermogen heb ik vrijwel geen twijfels. Ik ben goed in staat op om mijn eigen handelen te reflecteren. Met het oog op mijn journalistieke producten, maar ook over mijn visie en ideeën met betrekking tot journalistieke onderwerpen. Ik denk dat mijn reflectieproduct hier bij uitstek het bewijs van is. Door het diepgaande onderzoek dat ik aan de hand van de literatuur en in de praktijk heb gedaan, heb ik een steekhoudende, persoonlijke visie op het vak van journalist weten te creëren. Althans, met betrekking tot interdisciplinaire samenwerking. In deze blog lees je daar meer over. Tijdens het eindassessment ga ik dieper in op die visie, omdat het een belangrijk onderdeel van mijn professionele identiteit vormt.