Soms, heel soms, komt er boek uit waar je niet omheen kunt. Distilleren, de kunst van het ruiken van jenever- en likeurstoker Fenny van Wees is er zo een. In dit stevige boek vertelt Van Wees de bijzondere geschiedenis van haar Amsterdamse familiebedrijf.

Fenny van Wees groeide op tussen de flessen en koperen fijnketels van distilleerderij de Ooievaar in Amsterdam. Een bijzondere plek, waar vanaf eind jaren zeventig onder bezielde leiding van vader Cees van Wees het ambachtelijk distilleren centraal staat. Of zoals Youp van ’t Hek het beschrijft in zijn voorwoord: “Dit magische stukje Amsterdam, dit schitterende stukje Jordaan waar de tijd echt heeft stilgestaan en waar het niet alleen goed toeven is, maar ze schitterende drankjes maken.”

Genever

Die schitterende drankjes worden inmiddels al ruim vijftien jaar gemaakt onder toeziend oog van Fenny, die als vierde generatie in 2002 het stokje overnam van haar vader. Als geen ander heeft zij de Amsterdamse kunst van het fijndistilleren in de vingers. Het ambacht ontstond in de achttiende eeuw als methode om de vaak lomp en boertig smakende brandewijn en moutwijn verder te verfijnen. Het resultaat? Genevers, likeuren en niet te vergeten esprits; eetbare parfums voor chocolatiers en patissiers. Die ‘g’ in genever is overigens ook een stukje geschiedenis: “Wij schrijven genever met een g, al zolang ik mij kan heugen, net zoals het in onze oude receptenboeken staat geschreven”, aldus Fenny.

‘Fenny’s jeugdherinneringen lezen als een memoir, maar zijn tegelijkertijd een getrouwe beschrijving van de Jordaan in de jaren zestig’

Badedas en tomatensoep

Zelf schrijft Fenny als een raket en als ze niet in de voetsporen van haar vader was getreden, hadden we haar een baan aangeboden bij ons op de redactie. In het eerste hoofdstuk gaat Fenny in op de rijke geschiedenis van het familiebedrijf. Dat doet ze dusdanig zoetgevooisd en met zo veel precisie dat je binnen no-time zelf in de ruime vierkante keuken van oma Hendrika Van Wees – een grote struise vrouw – zit, waar het altijd rook naar boeken, boenwas, Badedas, Croma, biefstuktartaar en tomatensoep. Fenny’s jeugdherinneringen lezen als een memoir, maar zijn tegelijkertijd een getrouwe beschrijving van de Jordaan in de jaren zestig: van de bitterkoekjes van banketbakkerij Beune tot aan de plat-Jordanese tongval van slager Louman senior.

jenever

Te zwaar voor een vrouw

Vader Cees leerde het fijndistilleren bij de toen nog in Den Haag gevestigde distilleerderij de Ooievaar. En ondanks het feit dat Fenny haar leven lang rondhing in het familiebedrijf, leert haar vader haar het vak pas in 2002; tot dan toe achtte hij het ambacht veel te zwaar voor een vrouw. Ach ja, the times they are a changin’ zullen we maar zeggen, want inmiddels werkt ook dochter Nikki in het bedrijf. Fenny: “Ik leid haar op tot distillateur, maar het is geen wet van meden en perzen dat zij het bedrijf overneemt.”

Standaardwerk

Wat voor Fenny wel vaststaat is dat het gedachtegoed en het ambachtelijk distilleren hoe dan ook gewaarborgd moeten blijven. Daarmee is het boek niet alleen een familiekroniek, maar ook het allereerste echte standaardwerk voor de distilleerderij. Van de rijke geschiedenis van het ambacht en het distillatieproces tot aan drankgebruik en rituelen in onze cultuur en ruiken en proeven in de praktijk; je leest het in Distilleren, de kunst van het ruiken.

Kortom: alles om het Amsterdamse ambacht veilig te stellen – iets dat gelukkig de goede kant op gaat. In 2016 werd fijndistilleren officieel opgenomen in de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed, al gaat Fenny een stap verder en pleit ze voor wettelijke bescherming van producten: “Hoe kan de consument immers het verschil zien tussen een borrel en een barrel?” Well said Fenny, well said.


Titel: Distilleren, de kunst van het ruiken
Auteur: Fenny van Wees
Uitgeverij: Uitgeverij Loopvis
Prijs: €34,95