Het afstudeerjaar is inmiddels in volle gang. Na de recente, succesvolle afronding van de minor Creatief Schrijven is het dan ook hoog tijd om knopen door te hakken. Met name met betrekking tot mijn reflectiestuk, waar ik inmiddels al het nodige literatuuronderzoek voor heb gedaan. Als een kip zonder kop, dat wel. Al schijnt dat bij het proces te horen.

Na enige omzwervingen en de nodige zetjes in de goede richting heb ik besloten mijn pijlen te richten op interdisciplinaire samenwerking in de journalistiek. Dat is een intensieve vorm van samenwerken waarbij de synergie tussen disciplines meer oplevert dan de som der delen. Althans, mits goed uitgevoerd. Interdisciplinaire samenwerking is namelijk niet gemakkelijk. Integendeel zelfs: er zijn heel wat voorwaarden om aan te voldoen wil je interdisciplinair kunnen samenwerken.

Ik hoor u denken: Hoe ben je in vredesnaam op dit onderwerp gekomen? En: Wáárom? Wat heeft dit onderwerp te maken met de journalistiek? Allemaal terechte vragen. Het is namelijk (nog) geen hot item in de journalistiek, of iets waar je op De Nieuwe Reporter of vergelijkbare platforms over kunt lezen.

Opleving independent magazines
Laat ik beginnen bij de eerste vraag. In eerste instantie wilde ik me voor het reflectiestuk gaan verdiepen in de recente opleving van independent magazines. Ondanks de crisis in de tijdschriftenbranche nemen deze (veelal) niche-magazines een enorme vlucht. Hoe komt dat? Heeft dat te maken met de focus op een bepaalde niche, de nieuwe journalistieke genres die in deze bladen aan bod komen? Of met de visuele aspecten van deze prachtige indies? Door te praten met professionals uit het werkveld wilde ik achter ‘het geheim’ van independent magazines komen, om vervolgens na te gaan wat de ‘traditionele journalistiek’ daarvan zou kunnen leren.

‘Indies’ en interdisciplinariteit
Zo ver is het alleen nooit gekomen. Tijdens mijn research kwam ik erachter dat deze bladen één ding met elkaar gemeen hebben: de manier waarop ze worden gemaakt. Redactieleden van independent magazines werken op natuurlijke wijze interdisciplinair: de hoofdredacteur komt van de kunstacademie, de journalist houdt zich naast zijn ‘eigen’ vakgebied bezig met de fotografie en de vormgever maakt visuals volgens journalistieke principes. En dat allemaal met hetzelfde, gemeenschappelijke einddoel in het vizier: het succesvol maken van dat blad.

Interdisciplinaire samenwerking in de journalistiek
Voor ik het wist veranderde mijn focus van ‘het geheim achter de opleving van independent magazines’ naar ‘interdisciplinaire samenwerking in de journalistiek’. Wat zou deze vorm van samenwerken kunnen betekenen voor de journalistiek? Is er überhaupt behoefte aan? Zo ja, op welke vlakken? Dat zijn vragen waar ik me de afgelopen weken intensief mee bezig heb gehouden. En dat zal, gezien het feit dat er binnen Journalism Studies vrijwel niets over te vinden is, ook nog wel even duren. Wel heb ik inmiddels genoeg basisinformatie voor handen om aan de slag te gaan met de volgende onderzoeksvraag:

In hoeverre is interdisciplinaire samenwerking de sleutel tot succesvolle journalistieke innovatie?