De zomer loopt inmiddels ten einde. En in plaats van te vieren dat ik ben geslaagd, ben ik hard aan het nadenken over mijn planning voor het komende half jaar. Ik heb namelijk besloten om mijn eindassessment uit te stellen tot begin volgend jaar. Nee, nee… Niet vanwege een slechte planning. Het is een bewuste keuze. Ik heb er, op de valreep, namelijk voor gekozen om het hele afstudeerverhaal radicaal anders te gaan aanpakken.

Al eerder dit jaar kwam ik tot de conclusie dat afstuderen in het voorjaar wellicht een iets te optimistisch idee zou zijn. Ik had gekozen voor de voltijd minor ‘Creatief Schrijven’, waar ik naast mijn werk voor Malmberg ieder vrij uurtje in heb gestoken. Het echte werk, aan mijn onderzoeksverslag en afstudeerportfolio, begon daarom pas in februari. Niet snel daarna lagen het idee voor mijn scriptie en de eerste hoofdstukken klaar. Zo ook de nog uit te werken ideeën voor mijn afstudeerportfolio, inclusief fictieve publicatietitel en/of doelgroep. Met alle afspraken voor interviews – zowel voor mijn scriptie als het portfolio – al in mijn agenda, nam de twijfel steeds verder toe. En toen ineens deed ik het: Ik belde iedereen af, gooide mijn plannen in de prullenbak en besloot het helemaal anders aan te pakken.

Wat draag ik bij?
Het is moeilijk om jezelf te motiveren als je niet voor honderd procent achter je eigen plannen staat. Er zijn verschillende redenen waarom ik niet tevreden was met de mijne. De voornaamste zal ik hier toelichten. Ik was al redelijk ver met de uitwerking van mijn onderzoeksverslag. Alles wat los en vast zit gelezen en op het laatste hoofdstuk en mijn reflectie na, stond alles redelijk op papier. Goed bezig, zou je denken. Dat was ook wel zo, alleen bleef er één vraag door mijn hoofd spoken: Wat draag ik met dit onderzoek bij aan het journalistieke werkveld? Niet veel. Misschien wat interessante inzichten? Een discussiestuk om interdisciplinaire samenwerking in de journalistiek te bespreken? Dat is natuurlijk niet niks, maar gevoelsmatig was en is dat wel te weinig.

Dit moet beter
Daarnaast bleef ik soortgelijke twijfels houden over de ideeën en samenstelling van mijn afstudeerportfolio. Waarom schrijf ik artikelen voor fictieve opdrachtgevers, als ik ook daadwerkelijk opdrachtgevers zou kunnen gaan zoeken? Een publicatie in een fatsoenlijke titel is opzichzelfstaand al het bewijs dat je in ieder geval iets kunt. Dat had ik natuurlijk kunnen doen met de ideeën die er al lagen. Maar, bedacht ik me, ik moet het veel dichter bij huis zoeken. Bij mijn werk in de onderwijsjournalistiek. Dat is mijn specialisatie. Om een lang verhaal kort te maken: die ideeën gingen, net als mijn onderzoeksverslag in de huidige vorm, de prullenbak in. ‘Dit moet beter’, bedacht ik me.

…en dat deed ik
Ik schreef mezelf in bij de Kamer van Koophandel en ik nam contact op met Van 12 tot 18, een onderwijsvakblad. ‘Ik heb een idee en dat wil ik graag bij jullie publiceren’, was de boodschap. ‘Leuk idee, is goed’, was de reactie. Ongeveer tegelijkertijd kwam ik, ’s-avonds laat en via Twitter, in contact met Fleur Besters van het Eindhovens Dagblad (ED). Ook daar vroeg ik, naar aanleiding van Besters opmerking dat ze bij het ED ook een interdisciplinair project aan het opstarten is, of ik mee mocht doen.

Vorige week ging ik er langs voor een gesprek. Nu heb ik een plek waar ik mijn literatuuronderzoek kan toetsen in de journalistieke praktijk. Op de redactie van het ED ga ik, voor de periode van een week, observeren en veel, heel veel diepte-interviews afnemen met werknemers. Dat alles in het kader van mijn nieuwe onderzoeksvraag: Welke obstakels vormen bij het Eindhovens Dagblad een barrière voor interdisciplinaire samenwerking? Als dat geen waardevolle praktijkinformatie op zou kunnen leveren, dan weet ik het ook niet meer. Daarnaast staat het artikel voor Van 12 tot 18 klaar voor publicatie en komt er nog veel meer leuks aan. Ondernemende journalistiek in een notendop.