Toelichting: dit artikel is reeds gepubliceerd in het magazine FRITS, een uitgave van het Eindhovens Dagblad (december 2014, nr. 6). Het pdf-bestand van het gepubliceerde artikel kunt u hier downloaden.


Kledingbank Eindhoven is booming. Wat voor initiatiefnemers Ilse Santema (47) en Emily Zwartkruis (50) begon als kleinschalige, maatschappelijke onderneming is in bijna vijf jaar tijd uitgegroeid tot een onmisbaar begrip in de regio. Althans, voor mensen die niet anders kunnen. Toch gaat niet iedereen na een bezoek aan de kledingbank goed geslaagd weer huiswaarts. Er wordt namelijk veel, maar lang niet genoeg kleding binnengebracht.

Het is donderdagochtend, iets na negenen. De eerste cliënten druppelen binnen. Omdat de kledingbank alleen op afspraak werkt, staat de telefoon roodgloeiend. Wegens drukte is de eerstvolgende mogelijkheid om langs te komen pas over twee maanden. Op doorverwijzing van verschillende instanties – waaronder de Voedselbank en Stichting Leergeld – mogen cliënten twee keer per jaar kosteloos drie complete setjes kleding komen uitzoeken. Voor zichzelf, maar ook voor en samen met hun gezin. Voor iedere cliënt staat een vrijwilliger klaar om samen door de rekken en bakken te struinen – op zoek naar de juiste maat, pasvorm en die ene unieke vondst. De kleding – vrijwel allemaal enkele stuks – is dusdanig gesorteerd en gestructureerd opgeborgen dat vrijwilligers continu bezig zijn om alles op de juiste plek terug te leggen. “Anders is het binnen afzienbare tijd een puinhoop”, merkt Zwartkruis grijnzend op.

[KADER 1]
Over Kledingbank Eindhoven
Kledingbank Eindhoven is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Initiatiefnemers Santema en Zwartkruis zetten zich, samen met de andere bestuursleden en de gemiddeld veertig werknemers, vrijwillig in voor de stichting. Vaste lasten, zoals de huur, gemeentelijke heffingen en de kosten voor gas, water en licht, worden betaald met behulp van zowel structurele als eenmalige donateurs en fondsen. Om deze constructie in stand te houden, laten Santema en Zwartkruis geregeld van zich horen in Eindhoven en omgeving. Zo netwerken de dames onder meer aan tafel bij de 040-diners van ‘Samen voor Eindhoven’. Deze stichting zet zich in voor maatschappelijk betrokken ondernemerschap in de regio.
[EINDE KADER 1]

Een winkelgevoel
Wie denkt dat de kledingbank vol oude afdankertjes hangt heeft het mis. Hier vind je geen ouderwetse schoudervullingen, verwassen shirts en vale spijkerbroeken. De kleding oogt schoon, fris en helemaal niet ouderwets of uit de mode. Santema: “Voor veel mensen is het een ontzettende drempel om hier aan te kloppen. Het is aan ons om ze op een prettige manier over die drempel heen te helpen en met een goed gevoel weer naar huis te laten gaan. Dat gaat niet met een zak vol afdankertjes. Daar heb je kleding voor nodig die je zelf ook zou dragen. We streven hier dan ook naar een echt winkelgevoel. Dan moet je keus kunnen bieden.” Moeilijk is het zo nu en dan wel. Met name omdat merken niets meer doneren. Zwartkruis: “Die kleding gaat tegenwoordig allemaal naar het buitenland. Ze willen hun merk niet in een Nederlandse ramsj. We moeten het hebben van particulieren, scholen en enkele ondernemers die kleding van vorige collecties doneren. Zo ontvangen we met enige regelmaat mooie nieuwe spullen van Nicky’s Lingerie.”

Fonkelende kerstoutfit
Midden in de ruimte staat een rek vol extraatjes. Cliënten mogen daar naast hun gebruikelijke setjes iets van uitzoeken. Met name de aanwezige dames staan te neuzen of er nog iets leuks te scoren valt. De kleding wordt geselecteerd op thema. Zo kleurt het rek tijdens het WK oranje. Maar nu, met de feestdagen in aantocht, hangt het rek vol glitter en glans. Cliënte Xassandra Woudenberg (25) heeft haar oog laten vallen op een over de knieën vallende zwarte jurk en een strak gesneden zilverkleurig colbertje. “Ik kom hier nu zo’n twee tot drie jaar en er zit eigenlijk altijd wel iets speciaals bij. Niet dat ik heel kieskeurig ben hoor, maar ik let wel op kleur. Tegenwoordig veel zwart, maar ook roze en rood. Het is maar net waar mijn oog op dat moment op valt.” Woudenberg verdwijnt in een pashokje. Niet veel later schuift ze glunderend het gordijn weer open. Vandaag heeft ze geluk. Het jasje zit als gegoten. Op haar rug piept de rits van de jurk er enigszins strak gespannen onderuit. “Ach, hij gaat toch dicht?”, zegt ze met een glimlach. Even later stapt ze bepakt en bezakt de zaak uit, met naast haar gebruikelijke setjes kleding een fonkelende kerstoutfit en bijpassende rode laarsjes.

Structureel te weinig
Woudenberg is vandaag goed geslaagd, maar dat geldt niet voor alle bezoekers van de kledingbank. Met de dameskleding valt het mee, maar voor mannen en met name voor kinderen is het aanbod structureel schaars. Zwartkruis: “Voor mannen hebben we XL en XXL in overvloed. De gangbare, kleinere maten missen we. Dat geldt ook voor de kinderkleding. Er komt gewoon minder mannen- dan vrouwenkleding binnen. En kinderkleding gaat eerst naar broertjes, zusjes of bekenden. Daarna is het vaak versleten”, aldus Santema. De tekorten vallen met name op in het magazijn. Daar wordt de voorraad opgeslagen in rekken en stapels bananendozen, gesorteerd op geslacht, soort en maat. Aan een rek hangen welgeteld vier kleine winterjasjes in maat 94. Tussen de menshoge stapels bananendozen vallen gaten bij maat 134 en 140. Net als bij de mannenkleding, waar spijkerbroeken in maat S en M duidelijk ondervertegenwoordigd zijn.

Om iedereen toch zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn is het beleid aangepast. Mannen mogen nog maar één jeans uitkiezen. Voor kinderen is dat aantal teruggeschroefd naar één à twee, met er voor de meiden nog een jurkje of rokje bij. “Het is niet anders”, stelt Mustafa Almashadi (35). Hij en zijn vrouw zijn al een paar uur druk in de weer. De ene na de andere bak wordt, onder begeleiding van een vrijwilliger, op tafel gezet. Ze zoeken kleding uit voor hun vierjarige drieling. “Meestal krijgen we twee hemden per kind, vandaag is dat er maar een. Maar ja, misschien hebben ze er de volgende keer wel weer genoeg. We blijven positief”, aldus Almashadi.

Niet in systeem
In februari 2015 bestaat Kledingbank Eindhoven vijf jaar. In die tijd hebben Santema, Zwartkruis en ruim veertig andere vrijwilligers meer dan 2300 cliënten en gezinnen uit de regio geholpen. Sommigen tijdelijk, anderen structureel. Per maand komen daar zo’n vijftig tot zestig nieuwe aanmeldingen bij. “We bestaan dus al een tijdje, maar toch zit de kledingbank bij te veel mensen nog niet in het systeem. Men denkt niet meteen aan de kledingbank. Wat dat betreft winnen de kleding-containers het echt van ons. Die kleding gaat naar Afrikaanse landen, terwijl we in onze eigen regio al te dealen hebben met structurele tekorten”, aldus Zwartkruis.

Om die reden schonk Rob van Gijzel, de burgemeester van Eindhoven, tijdens zijn nieuwjaarsrede van 2013 veel aandacht aan de kledingbank. Santema: “Die actie, waarbij de burgemeester iedereen aanspoorde om hun kledingkast op te ruimen, heeft echt een enorme stroom aan kleding op gang gebracht. Het liep storm na zijn toespraak en dat waren donateurs, geen cliënten.” Om die reden doen de dames dit jaar een oproep aan alle particulieren en bedrijven in de regio: “Help de kledingbank helpen. Ruim in de kerstvakantie uw kledingkast op en breng alles naar de kledingbank. In verband met de kerstvakantie staan we vanaf 7 januari weer voor u klaar!”

[STREAMERS]

‘We streven hier naar een echt winkelgevoel’

‘De gangbare, kleinere maten missen we’

‘De kleding-containers winnen het van ons’