Toelichting: dit portret heb ik geschreven voor de minor Creatief Schrijven. 


 Hij is geen theatermens. Sterker nog: hij heeft een hekel aan theaterzalen. “Veel te opgesloten zo met die deuren dicht.” Maar ja, hij oogst er nu eenmaal veel lof mee. Lucas de Waard (29) is columnist en scenarist, maar voornamelijk dramaschrijver. Zijn werk staat bol van persoonlijk drama en desillusie. ‘Het grote gebaar’, zoals hij dat zelf graag noemt.

De Waard schrijft niet voor zichzelf. Hij heeft publiek nodig. Applaus liefst. “Voor ik de schrijversopleiding in Utrecht ging doen, deed ik jaren helemaal niks. Het eerste jaar van die opleiding trouwens ook niet.” Met nog niet de helft van de benodigde studiepunten sluit De Waard het propedeusejaar af. Hem laten gaan wilden ze niet. Ze zien iets in hem, dus hij krijgt nog een kans. “Ik dacht altijd dat ik daardoor echt ben gaan studeren, maar de laatste jaren twijfel ik daaraan. Door mijn eigen luiheid en onzekerheid hoorde ik nooit bij de kopgroep. Bij wat dan ook. Toen ik voor de tweede keer dat eerste jaar deed, toen hoorde ik er ineens wel bij. Ik had een voorsprong. Was de uitblinker van de klas.” Voor het eerst in zijn leven loopt hij niet achter de feiten aan, maar op de zaken vooruit. “Ik kreeg waardering en dat motiveerde me. Nog steeds trouwens.”

Het hele erge
Dramaschrijver wordt hij naar eigen zeggen bij toeval. Van alle schrijfvormen krijgt hij daar gewoonweg de meeste waardering voor. Al ging dat niet vanzelf. In eerste instantie profileert De Waard zich als clown van de klas. Een docent drukt hem met zijn neus op de feiten: ‘Volgens mij ben jij helemaal niet zo’n vrolijk mannetje. Waarom schrijf je toch altijd van die kolderieke teksten?’ Vanaf dat moment pakt hij het serieuzer aan. Hij gaat op zoek naar drama, naar ‘het hele erge’. Die zoektocht begint hij bij zichzelf. “Ik ontdekte dat ik mensen ook kon ontroeren. Dat vond ik veel interessanter dan ze aan het lachen maken.”

Persoonlijk drama als gemene deler. Het komt voort uit een fascinatie voor woede en angst. “Mijn verhalen zijn vaak gestut op een negatieve emotie. Ik denk dat we met z’n allen veel woede en angst delen. Daar vinden we elkaar. Uiteindelijk lijken mensen gewoon op elkaar.” De Waard vertaalt negatieve emotie naar maatschappelijke thema’s. Kwesties uit ‘de grote wereld’, waarbinnen zich het menselijke drama afspeelt. Voor Gerda Havertong schreef hij onlangs Furie, een stuk over de innerlijke strijd van een succesvolle, maar harde zakenvrouw op haar retour. “Voor mij de moeilijkste tekst tot nu toe. Die productie ontstond vanuit kritiek op de huidige financiële markt en wat daar allemaal omheen gebeurde. Ik moest lang zoeken naar het persoonlijke in dat verhaal, omdat dat het beginpunt niet was.”

Spektakel
Hoe dan ook, er moet sprake zijn van spektakel. En spanning, liefst onderhuids. Het gevoel dat iets ieder moment kan omslaan. Dat kan met koetsen en groots feest. Zoals in Bokkenrijders, de nacht in, dat hij voor Theatergroep De Kersouwe schreef. Maar ook door een stuk bijna verscheurend op de huid te laten spelen, zoals een actrice deed met zijn monoloog Sinds het vallen: het verhaal van een vrouw die na een herseninfarct gevangen zit in haar eigen lijf en niet begrijpt waarom haar man bij haar weg wil. ‘Ik zit hier toch? Ik ben hier gewoon.’ De Waard: “Dat drama werd veel afschuwelijker dan ik van te voren had kunnen bedenken. Na het schrijven had ik twee, drie uur nodig om uit de kutsfeer van die monoloog te komen. Het gaat over iets dat waarschijnlijk niemand in de zaal zelf heeft meegemaakt en toch waren ze verschrikkelijk ontroerd. Het is die volkomen machteloosheid die je herkent.”

Achter de coulissen
Bij toeval dramaschrijver geworden of niet. Met een vader en moeder die beiden in de theaterwereld werken, zijn de coulissen al op vroege leeftijd bekend terrein. Zijn vader, Jan de Waard, produceert vanaf begin jaren negentig schoolmusicals, waarmee ze ook jaren op Theaterfestival De Boulevard staan: “Iedere zomer zat het huis tien dagen vol theatervolk van allerlei pluimage. In de tuin werd aan decorstukken gewerkt. Er werd gerepeteerd. Dat festival was iets om te werken, niet om als bezoekers heen te gaan. Lucas hielp overal bij mee. Van het decor opbouwen tot kinderportier bij onze tent. Zo heeft hij altijd het ontstaan van theaterproducties meegekregen.” Via zijn ouders heeft hij ingangen binnen de Brabantse theaterwereld. “Omdat hij via ons veel mensen kent, is het voor hem nooit spannend geweest om dat contact op te zoeken. Hij heeft het allemaal zelf gedaan, maar dat was natuurlijk wel praktisch.”

Iets tegen theaterzalen
Toch ziet De Waard zichzelf niet als theaterdier. “Met theater heb ik een haat-liefdeverhouding. Er zijn specifieke vormen van theater waar ik ontzettend van geniet. Maar er is vooral ook veel theater dat me volstrekt koud laat. Daarbij heb ik iets tegen theaterzalen. Je wordt er voor een bepaalde tijd in opgesloten. Je kunt er wel uit, maar daar heeft iedereen last van. Mensen moeten opstaan, die deur moet open en dicht. Je doorbreekt de illusie van het toneelstuk. Ik moet me daar als ik naar het theater ga altijd overheen zetten. Wat dat betreft ben ik misschien ook wel eerder een cinefiel. Bij films heb ik dat minder. Ik zit misschien wel liever gewoon in de bioscoop.”

‘De tand des tijds is een wrede keukenmeester. Zo bleek de zanger van Lostprophets een seksmaniak met een voorkeur voor minderjarigen en boerderijdieren, verdrong Tatjana alle beelden van vroeger met nieuwe naaktfoto’s en heeft Christina Aguilera een dikke reet gekregen.’ – fragment uit ‘Christina

Zinloosheid
Het is niet alleen drama wat de klok slaat. Alhoewel, het is maar hoe je het bekijkt. Zijn blogs, zowel op zijn eigen website als op The Post Online, gaan voornamelijk over flauwekul. Volstrekte lariekoek, dat soms het daglicht amper kan verdragen. In tegenstelling tot zijn theater, hebben de blogs en columns een meer beschouwend karakter. “Al als peuter kwam die beschouwer in hem naar boven,” vertelt zijn vader. “In het midden van de peuterspeelzaal stond een klimrek waar al die kinderen op klauterden. Ze vielen, struikelden, maakten ruzie. Lucas deed er niet aan mee. Hij stond erbij en hij keek ernaar. Tot hij opkeek naar de leidster en hoofdschuddend verzuchtte: ‘Het is toch niet te geloven hè?’ Toen al zag hij de volstrekte zinloosheid van wat daar gebeurde. Dat is Lucas zoals we hem kennen. Die zie ik dan ook meer terug in zijn blogs dan in zijn theaterteksten.”

Ik. Wil. Dit. Niet.
In zijn directe omgeving is hij niet de enige dramaschrijver met een ridicuul randje. Met drie collega’s vormt De Waard het ‘inmiddels volstrekt overbodig geworden’ schrijverscollectief De Zuiderlingen: ‘Ze delen een zachte G, een voorkeur voor bier en nootjes en ze vinden theater maar lastig, al schrijven ze het alle vier.’ Een van die collega’s is Dirk van Pelt: “We zijn dat collectief ooit begonnen voor een festival. Nu ontmoeten we elkaar een paar keer per jaar. Dat is dan heel gezellig, maar we doen verder eigenlijk niks.” De Waard is daar misschien wel het minst rouwig om. “Lucas wilde helemaal niet optreden. Vreselijk vond hij dat. Hij zat zich dan echt op te vreten. ‘Ik. Wil. Dit. Niet.’ Het verbaast me dan ook dat hij tegenwoordig een live-column doet bij Nieuwscafé 073. Net voor zijn eerste optreden stuurde hij me dan ook de nodige berichten. Over buikpijn. En aanzwellende zelfhaat.”

Naast collega’s zijn Van Pelt en De Waard vooral vrienden. Goede vrienden, die zo nu en dan samenwerken. “Lucas en ik zijn gewoon aan elkaar gewend. Daarnaast kunnen we elkaar ook ontzettend aan het lachen maken. En delen we de overtuiging dat een tekst – hoe ernstig ook – zonder humor oninteressant is.” De Waard hecht waarde aan het oordeel van Van Pelt. “Hij stuurt weleens iets op, ja. Wat hij dan doet met mijn kritiek? Nou gewoon, hij pakt de dingen eruit waar hij het mee eens is. En over die andere punten wordt nooit meer gesproken. Lucas weet hoe hij een pleasende tekst schrijft. Wat werkt. Dat is volgens mij zijn kracht, maar tegelijkertijd ook een zwakte. Soms denk ik dat het beter had gekund. Inhoudelijk interessanter. Als hij er maar iets langer over na zou hebben gedacht”, aldus Van Pelt.

In volzinnen
De Waard schrijft zoals hij praat. ‘Talig waanzinnig’, noemt Van Pelt hem. Volgens zijn vader is hij dat altijd al geweest: “Ik heb vier kinderen, waarvan er drie toen ze klein waren de hele dag door brabbelden. Lucas deed dat niet. Die ging pas heel laat praten. Toen hij het kon, in volzinnen.” Zelf blijft De Waard nuchter onder de toenemende aandacht voor zijn talent. “Ik heb altijd gewoon verhalen willen vertellen. Of dat nu theater, film of proza is… Ik vind het prima om dat per keer te bekijken.” En dat is ook precies wat hij doet. Al is hij wel van mening dat ‘dat boek’ er gewoon moet komen. “Ik ben al begonnen. Al zegt dat nog niet veel. Ik ben er namelijk al drie keer aan begonnen.” Waar het precies over zal gaan wil hij niet kwijt. Maar vast en zeker zal het persoonlijker zijn dan in eerste instantie lijkt. Zoals de waard is: “Zo kijk ik naar de wereld en als ik me niet vergis, jij ook.”

[STREAMERS]

‘Waarom schrijf je toch altijd van die kolderieke teksten?’

‘Er is vooral ook veel theater dat me volstrekt koud laat’

‘Lucas wilde helemaal niet optreden. Vreselijk vond hij dat’


Update: Inmiddels is het bijna zover en debuteert De Waard in maart 2015 met zijn boek ‘De Kamers’ bij Uitgeverij De Geus.